Van groot belang voor het ontstaan van Netterden was de oosttak van de Rijn, die liep van Wesel, Mechgelen Netterden naar Elten.
De Romeinen bouwden deze oostak uit tot een natuurlijke versterkte grensbarrriëre.
Daartoe lieten zij langs deze Oost-Rijn een brede strook ondoordringbaar kreupelhout groeien,welke op gunstige plaatsen door militaire wachtposten, de z.g. “ regnieten  “ werd versterkt.
Deze regnieten bouwden zij in o.a. Doornik, in Emmerik, Netterden, Megchelen en in Anholt, onderling verbonden met verbindingswegen,die in later eeuwen werden gebruikt als handelswegen.
Aan deze wegen vonden plaatsen als Dinxperlo, Anholt, Megchelen Netterden, Praest, Vrasselt, Emmerik en Doornik hun oorsprong.
Aangezien tussen Oost-Rijn en Oude IJssel geen natuurlijke bescherming aanwezig was, lieten de Romeinen tussen Anholt en Megchelen een verbindingskanaal graven,die in de landweer werd opgenomen.Van dit kanaal rest nog slechts een sloot.
T.a.v. de Oost-Rijn en Landweer bracht het jaar 1227 grote verandering.
De stad Emmerik lag toen nog niet aan de Rijn.Daarom liet het stadsbestuur
van Emmerik een kanaal graven in de richting van Doornik om een verbinding te krijgen met de Rijn.
Economisch gezien was dit een schot in de roos,maar voor het waterbeheer een ramp.
In 1227 overspoelde een vloedgolf de stad Emmerik en verdween de halve stad in de golven.
Door deze rampzalige watervloed,veranderde de loop van de Rijn.
De Oost-Rijn verzande, de Hetter veranderde in moerasgebied.
Ter afwatering  van de Hetter werd er een verbindigskanaal gegraven tussen de
Netterdense landweer en de Rijn bij Emmerik (ong. rond 1400) ,dit kanaal deed tot
ongeveer 1650 dienst als scheepvaartverbinding tussen Emmerik en Netterden en
Anholt.

Ondertussen was de naam Oost-Rijn veranderd in Landweer of de Lander.
Aan beide zijden van haar stroomgebied vestigden zich vroeg Keltische en Germaanse volksstammen als de Chamaven, de Usipeten, de Tenchteren en de Menapiërs.
Na 400 vestigden de Hattuariërs ofwel de Haetera zich in deze streken.
In 697 bezocht St. Wilibrord als missionaris Emmerik  en liet er een kerk bouwen.
Vanuit Emmerik werd de hele omgeving tot het christendom bekeerd.

Het gebied der Hattuariërs werd tijdens het bewind van Keizer Karel de Grote
tot Hattuarigouw verheven.Deze Hattuarigouw werd in kerkelijk-bestuurlijk opzicht
in het jaar 837 in tweeën gesplitst.Het noordelijke gedeelte ,waaronder Emmerik
en Netterden viel onder het bisdom Utrecht,hetgeen in latere eeuwen van grote invloed zou zijn voor de historische ontwikkeling van Netterden.

De naam Hattuari verbasterde tot de naam De Hetter.In 1130 is er voor het eerst
sprake van Etteren als naam voor het dorp Netterden.

Vermeldingswaard is verder nog dat bij decreet van Keizer Napoleon van 21 oktober 1811  Netterden tot zelfstandige gemeente (schoutambt)  werd verheven en dat dit schoutambt was  samengesteld uit de dorpen Megchelen en Netterden,alsmede de buurten Borghees Leegmeer, Speelberg,Wals,Wieken en de Milt.


Bron:het Kerspel en Gemeente Netterden
        W.J. Winands
De Netterdense regniet was gelegen aan de Oost-Rijn tegenover het huidige dorp Netterden,in de Hetter.
Na het vertrek van de Romeinen,rond 375 n. Chr.,verloren de regnieten en ook de Oost-Rijn
als landweer hun militaire strategische betekenis.
De Oost-Rijn behield haar betekenis als scheepvaartweg.

Ansicht uit 1920 van de Smidshoek te Netterden
Ontstaan van Netterden
zie kaart >>>