Netterden, mijn dorpken, waar ik geboren ben.
Waar iedereen den ander met naam en toenaam ken
Waar ons mooie kerkje, zo fier te pronken staat.
En de oude torenhaan met elke wind meedraait.
Maar ook ons naar de hemel wijst,
Daar zijn wij geboren, worden er ook grijs.
Waar de dorpskerk nu al eeuwen staat.
Klokgelui al galmend over de velden gaat.
Zich nog steeds laat horen, bij vreugde en verdriet.
Dat is en blijft ons dorpken, nee dat vergeet je niet.
Waar de oude toren, met in de top het kruis,
Als stille wachter is geboren,
Bewakend ieder hart en huis,
En al heb ik niet veel meer in 't verschiet
Het is en blijft mijn dorpken, nee dat vergeet ik niet.
Waar naar ik hoop, ons kersken nog eeuwen zo zal staan.
Waar men op Zondagmorgen, daar steeds naar toe zal gaan.
Daar ben ik geboren, daar kom ik niet van los.
Rondom de groene velden, met in de verte 't Berger bos.
Netterden, voor mij het mooiste stukske land,
'k Heb vanaf mijn jeugd aan u mijn hart verpand
en waar ik ga of sta, sinds ik het verliet,
Het is en blijft mijn dorpsken,
Nee dat vergeet ik niet.
Mr. Marie Longinus
Agnes van der Heiden