Plattegrond en opbouw:

De pastorie heeft in de kern een rechthoekige plattegrond (globaal 13,50 lang en 13,50 meter breed) met een opbouw bestaande uit twee bouwlagen, afgesloten met een omlopend afgeplat schilddak, gedekt met leien en een bitumendekking op het platte gedeelte. Tegen het achterste gedeelte van de rechter zijgevel staat een rechthoekig éénlaags bouwdeel (bijkeuken/schuurtje) onder een schilddak, gedekt met betonpannen in Muldenpan-vorm. Dit bouwdeel dateert vermoedelijk uit dezelfde periode als de pastorie zelf. Tegen het voorste deel van de linker zijgevel staat een forse rechthoekige houten serre met gemetselde borstweringen en een houten opbouw, met op het met bitumen gedekte plat dak een balkon.

De pastorie is van het voor de eerste helft van de 19de eeuw gebruikelijke type met een vijfassige, symmetrisch opgezette voorgevel (oostgevel) met een ingang in de middenas, waarop inwendig een centrale ruime gang aansluit die vanaf de voorgevel tot de achtergevel loopt. Ter weerszijden van deze gang bevinden zich de vertrekken, waarbij de rechter helft in het achterste deel de keuken bezit met onderkeldering. Deze kelder, deels met tongewelven en deels met troggewelven (middensectie) bevindt zich onder vrijwel de gehele rechter helft van het pand. Meteen na het tochtportaal van de gang sluit rechts op de gang het trappenhuis aan. De detaillering van de gevels en interieur is ook kenmerkend voor de eerste helft en het midden van de 19de eeuw, met de bij het neoclassicisme horende 8-ruits en 6-ruits schuiframen, gepaneelde binnenluiken en vensterbanken op consoles.


De gevels:

Het hoofdgebouw:

De gevels van de pastorie zijn opgetrokken in een handvorm baksteen (Waalformaat) in kruisverband, met boven de venster- en deuropeningen gemetselde strekken. De plint is gepleisterd. Herstellingen en wijzigingen van gevelopeningen (met name in rechter zijgevel en achtergevel) tonen zich door gebruik van machinale baksteen. De gevels van het hoofdblok sluiten af met een gepleisterd fries met uitspringende banden, waarna de bakgoot op zich trapsgewijs verjongende klossen volgt.

De voorgevel (oostgevel) heeft een symmetrische hoofdvorm en indeling .
De gevel heeft vijf assen met in de eerste bouwlaag vier hoge vensters met 8-ruits schuiframen en in de middenas de ingangspartij. Deze partij bezit thans een dubbele paneeldeur met een 3-ruits bovenlicht. Voor de hoger geplaatste deur bevindt zich een laag bordestrapje met terrazzo-bordes, met gemetselde balustrades aan de zijkanten en gemetselde hoekdammen in machinale baksteen ter weerszijden van de deur. Op de hoekposten en de balustrades zijn dekstukken aangebracht in basaltlava. Deze steen is ook gebruikt voor de waterlijsten van de plinten van deze hoekposten en als ondersteuning van de sprong naar voren bovenin van de muurdammen ter weerszijden van de deur. Boven de deur bevindt zich een rechthoekige luifel in de vorm van een met zink gedekt omlopend schilddakje op zware, middels uitgespaarde blokjes op de randen versierde klossen op dubbele, geprofileerde houten consoles. Op het plat van het schilddakje bevindt zich een balkonnetje met smeedijzeren balustrade.
De verdieping bezit vier vensters met 6-ruits schuiframen en in de middenas ook een venster met 6-ruits schuifraam en een houten geprofileerde omlijsting rond het kozijn. Het muurwerk onder de lekdorpel van dit venster is gepleisterd. De vensters sluiten af met strekken en hebben geschilderde natuurstenen lekdorpels. De gepende kozijnen hebben een duivejager-profiel en worden afgesloten met  persiennes.

In de iets verhoogd gelegde klinkerbestratings-strook rond de pastorie (bij de achtergevel een verhoogd betegeld bordes) zijn bij de voorgevel rechts van de ingang twee in plattegrond korfboogvormige kelderkoekoeken opgenomen, met onder de plint twee kelderlichten. Op de koekoeken ligt een ijzeren rooster
De noordgevel heeft in 1922 de nodige wijzigingen ondergaan. Drie vensters dateren uit deze verbouwcampagne. In de eerste bouwlaag bevindt zich een venster met 6-ruits schuifraam (ter verlichting van de huidige badkamer achter het trappenhuis) en daar rechts naast een breed keukenvenster met een drielichtkozijn, met enkelruits ramen en veel-ruits bovenlichten. Beide vensters hebben kozijnen met kraalprofielen en gepleisterde schuin aflopende lekdorpels. De strekken boven deze vensters zijn uitgevoerd in machinale baksteen. Ook het grote trappenhuisvenster boven het badkamervenster behoort tot deze wijzigingen en heeft een tweelichtkozijn met kraalprofielen en twee schuiframen met een veel-ruits roedenverdeling, gevuld met kathedraalglas in verschillende tinten. Het venster op de verdieping in het rechter deel van de gevel is nog oorspronkelijk, met een kozijn met duivejager en 6-ruits schuifraam. Dit venster is hoger geplaatst dan het trappenhuisvenster, dat dient ter verlichting van de tussenvlucht van de trap.
In de plint van deze gevel bevinden zich twee koekoeken van kelderlichten. De koekoek links bevindt zich voor een tweetal licht getoogde kelderlichten met een reeks diefijzers en de koekoek onder het keukenvenster heeft een breed rechthoekig kelderlicht met een oud kozijn met duivejager en een reeks diefijzers . In de linker hoek van de noordgevel is boven de plint een aantal bakstenen opgenomen met inscripties. Op de hoek bevindt zich een baksteen op zijn kant met de tekst "H.H.N. PASTR 1856" en daarnaast een reeks van zes glad geschuurde strekken met uitgehakte initialen (respectievelijk G.I.C., T.W., I.F.R., T.K., B.H., E.I., van leden van het kerkbestuur?,

De achtergevel heeft een a-symmetrische indeling. In de middenas bevindt zich de achteringang. Deze ingang bezit een oorspronkelijke rechthoekige opening, afgesloten door een strek, welke later is verbouwd (waarschijnlijk ook in 1922) tot een inpandig portiek. Hiervoor werden de dagzijden voorzien van een halfsteens klampmuur in machinale baksteen en werd onder de strek een segment-boog ter ondersteuning toegevoegd. Het daarbij tevens sterk teruggeplaatst deurkozijn heeft slanke ongeprofileerde kozijnstijlen en een dubbele deur met 3-ruits bovenlicht. De vloer in de portiek bestaat uit een grote hardstenen plaat, met onder de deuren een hardstenen dorpel . Rechts van deze deuropening bevindt zich een venster met een verbouwd (voorzien van naast de oude kozijnstijlen geplaatste nieuwe stijlen, afgedekt met dekstukken en latten) kozijn met een 6-ruits schuifraam met een bovenlicht met in het hart twee smalle verticale roeden. Te oordelen naar de naden in plint bevond zich hier oorspronkelijk ook een tuindeur
Links van de deur bevinden zich twee kleine rechthoekige vensters met een zwaar oorspronkelijk kozijn met duivejager en een diefijzer en enkelruits draairaampje, met een klapbaar enkelruits bovenlicht . Het rechter venstertje verlicht de toilet, naast de middengang. Geheel links bevindt zich een venster met kozijn met duivejager en een 8-ruits schuifraam, ter verlichting van de bijkeuken. Op de verdieping bevinden zich drie oorspronkelijke vensters met kozijnen met duivejager en 6-ruits schuiframen. Ook hier bezitten de kozijnen nog luikduimen en in de muur wervels voor het vastzetten van de luiken. Links van het middenvenster bevindt zich weer een klein smal venster van het zelfde type en in dezelfde as als het toiletvenster in de eerste bouwlaag daaronder.

De linker zijgevel (zuidgevel) heeft in de eerste bouwlaag links van de serre twee oorspronkelijke vensters met kozijnen met duivejager en 8-ruits schuiframen. Op de verdieping bevinden zich in dezelfde assen oorspronkelijke vensters met 6-ruits schuiframen. De forse serre uit 1922 heeft een bakstenen onderbouw, gemetseld in machinale baksteen in kruisverband, afsluitend met een schuin aflopende bakstenen lekdorpel. Op deze onderbouw rust een houten bovenbouw met kozijnen met kraalprofiel, met in de zijwanden een middenstijl en vaste kalven. In de kopgevel bevindt zich een brede opening met schuifdeuren en nevenlichten. De raamkozijnen van de zijgevels en de nevenlichten bezitten elk een groot raam met verticale middenstijl en een 8-ruits bovenlicht. De schuifdeuren bezitten elk onder een breed liggend paneel en daarboven een groot enkelruits raam en ook hier is het bovenlicht veel-ruits in. Voor de schuifdeuren bevindt zich een granito-trap van twee treden en een onderdorpel van het zelfde materiaal. De neuten van het schuifdeuren-kozijn zijn van hardsteen . De serre sluit boven af met een overstek op zich trapsgewijs verjongende houten klossen met biljoenen, die aan de voorzijde schuilgaan achter het boeibord . Op het platte dak van de serre, dat middels een omlopende met zink beklede lessenaarsdakvormige overgang naar de bakgoot overloopt, staat een onttakelde bouwvallige ijzeren balustrade. In de zuidgevel komt op de verdieping bij dit platte dak van de serre een tweelichtkozijn uit met twee deuren met paneel en 4-ruits raam. Het kozijn heeft een brede middenstijl, oorspronkelijk met een spiegelveld (thans afgeplaat).

De aangebouwde schuur:

De rechts tegen de noordgevel van de pastorie aangebouwde éénlaags schuur onder schilddak heeft ook bakstenen gevels in kruisverband met een gepleisterde plint.

De oostgevel en de noordgevel zijn nog overwegend in oude handvorm baksteen opgetrokken, terwijl de westgevel grotendeels opnieuw is opgetrokken in een iets later stadium. De gevels sluiten boven af met een gemetselde sierlijst bestaande uit een uitkragende laag baksteen, een laag kwartronde profielstenen en vervolgens weer een uitkragende laag baksteen. Op de gevelhoeken bevindt zich ter hoogte van de laag profielstenen een houten blok in dezelfde afgeronde vorm . De oostgevel heeft links een venster met een kozijn met duivejager en 6-ruits schuifraam en rechts een brede bedrijfsdeuropening, afgesloten door een segment-boog met dubbele opgeklampte deuren. Deze opening is in een later stadium gewijzigd (vermoedelijk in 1956), waarbij de segmentboog en het bovenliggende metselwerk is vernieuwd in machinale steen

De noordgevel heeft slechts één venster. Het betreft een klein getoogd stalvenster met een betonnen 6-ruits stalraam . Rechts in de gevel is nog de dichtzetting van een deurtje (varkensdeurtje?) zichtbaar.
De westgevel heeft links een dito stalvenster als de noordgevel. Rechts van het midden bevindt zich hier een breed deurkozijn met hardstenen dorpel en naoorlogse dubbele deuren met enkelruits ramen in de deurvleugels en een tweevoudig bovenlicht met in elk van beide lichten smalle, vlak langs de vier raamranden geplaatste, op de hoeken elkaar kruisende roeden, waardoor langs de raamranden smalle vulruitjes zijn ontstaan. De westgevel van deze schuur springt ten opzichte van de westgevel (achtergevel) van het huis ongeveer 80cm naar voren. Haar korte blinde zuidgevel sluit haaks aan op de hoek van de achtergevel van de pastorie .


Interieur:

Het interieur van de pastorie bezit nog diverse historisch waardevolle onderdelen. De vestibule sluit aan de binnenzijde af met een tochtpui met een paneeldeur met een raam met geëtst glas met vogels en florale decoraties. De deur heeft zijlichten ook met geëtst glas en een hoge bovenlichten partij eveneens met mat geëtst glas met in het middenlicht een eenvoudige decoratie
De middengang heeft een vloer van zwart marmeren plavuizen met houten plinten met een marmerimitatie. De huidige trap dateert vermoedelijk grotendeels uit 1922 en heeft blankhouten trappalen met sobere Art-Deco achtige detailleringen en geprofileerde handlijsten met wrongstukken bij de bocht in de trap. Het traphek heeft voorts gietijzeren balusters, welke mogelijk kunnen zijn hergebruikt van de oorspronkelijke trap .
In de kamer links voor en de grote kamer linksachter bevindt zich een sobere vroeg 20ste eeuwse schouw in bont (bruin/rood geaderd) marmer. De achterkamer heeft voorts bij de vensters nog haar oorspronkelijke binnenbetimmeringen met vensterbanken met een golvende beëindiging op rijk gesneden (bladwerk) consoles. Voorts zijn hier nog de gepaneelde binnenluiken aanwezig.
De keuken bezit nog een oude keukenschouw (Utrechts type) met consoles met bladwerk. In de betegelde stookwand van de schouw bevindt zich onderin nog een reeks oude tegels met in paars landschapjes en fabeldieren . Het aanrecht dateert vermoedelijk uit 1922 met een granito blad. Ouder is het aanrecht met pomp met koperen onderdelen in de bijkeuken, die tevens een fraaie tegelvloer bezit met geometrische patronen in zwart en wit.Oude stucplafonds zijn niet aangetroffen en na verwijdering van de huidige board-plaat plafonds bleken deze ook niet meer voorhanden te zijn. Het is echter zeer waarschijnlijk dat het pand oorspronkelijk dergelijke plafonds heeft gehad want de balklagen bestaan grotendeels uit (onbeschilderde) rondhouten balken, waarvan het nooit in de bedoeling heeft gelegen om ze als balkenplafond in het zicht te laten. Slechts de keuken en bijkeuken bezitten vlakke gestucte plafonds.